vrijdag 15 november 2013

Dennett; net geen Derrida



Daniel Dennett on the Self as the Center of Narrative Gravity:

"It is certainly an idea whose time has come. Imagine my mixed emotions when I discovered that before I could get my version of it properly published in a book, it had already been satirized in a novel, David Lodge's Nice Work (1988). It is apparently a hot theme among the deconstructionists:
According to Robyn (or, more precisely, according to the writers who have influenced her thinking on these matters), there is no such thing as the "Self" on which capitalism and the classic novel are founded — that is to say, a finite, unique soul or essence that constitutes a person's identity; there is only a subject position in an infinite web of discourses — the discourses of power, sex, family, science, religion, poetry, etc. And by the same token, there is no such thing as an author, that is to say, one who originates a work of fiction ab nihilo. in the famous words of Jacques Derrida... "il n'y a pas de hors-texte", there is nothing outside the text. There are no origins, there is only production, and we produce our "selves" in language. Not "you are what you eat" but "you are what you speak," or, rather "you are what speaks you," is the axiomatic basis of Robyn's philosophy, which she would call, if required to give it a name, "semiotic materialism."
Semiotic materialism? Must I call it that? Aside from the allusions to capitalism and the classic novel, about which I have kept my counsel, this jocular passage is a fine parody of the view I'm about to present. (Like all parody, it exaggerates; I wouldn't say there is nothing outside the text. There are, for instance, all the bookcases, buildings, bodies, bacteria...)" (Dennett 1991, Consciousness Explained, pp. 410-411)


Dennett blijft een realist die Kants copernicaanse wending niet, ten volle, serieus neemt. Boekenkasten, gebouwen, lichamen en bacteriën bestaan namelijk niet zomaar - onafhankelijk van ons. Ze zijn slechts bij de gratie van de taal die identiteitsstichtend is voor deze zijnden.

woensdag 13 november 2013

Als met een kaars in 't open veld

 "What lies at the heart of every living thing is not a fire, not warm breath, not a 'spark of life'. It is information, words, instructions. If you want a metaphor, don't think of fires and sparks and breath. Think, instead, of a billion discrete, digital characters carved in tablets of crystal. If you want to understand life, don't think about vibrant, throbbing gels and oozes, think about information technology." (Dawkins 1986, The Blind Watchmaker, p. 112)


Of toch?
"When you ligth a candle, the flame flares up but quickly settles into a steady state, burning as long as there is wick and wax. Life is a similar phenomenon - a controlled burning, a pattern of energy flow. This is not just an anology: animals derive their energy from oxygen reacting with hydrogen-rich compounds, much as a candle flame 'lives' as long as its hydrogen-rich waxes have oxygen fuel." (Schneider & Sagan 2005, Into the Cool, p. xi)

zondag 10 november 2013

Russell out of context


"Als op een dag de zon explodeert, zullen we ons toch allemaal hebben vergist."
(Russell 1948, Geschiedenis van de Westerse Filosofie, p. 851)

donderdag 7 november 2013

Nietzsches waarheid



"Er was eens, in een afgelegen hoek van het met talloze zonnestelsels flonkerend volgegoten heelal, een hemellichaam waarop slimme dieren het kennen uitvonden. Dat was de hoogmoedigste en leugenachtigste minuut van de 'wereldgeschiedenis': maar toch was het maar een minuut. Na enkele ademtochten van de natuur verstarde het hemellichaam, en de slimme dieren moesten sterven. — Zo’n fabel zou iemand kunnen bedenken en nog zou hij niet afdoende hebben geïllustreerd, hoe jammerlijk, hoe schaduwachtig en vluchtig, hoe doelloos en willekeurig het menselijk intellect eruit ziet in de natuur; er waren eeuwigheden waarin het er niet was; wanneer het ermee voorbij is zal er niets gebeurd zijn. Want er is voor dat intellect geen verdere missie, die boven het mensenleven uitstijgt."
"Wat is dus waarheid? Een beweeglijk leger van metaforen, metoniemen, antropomorfismen, kortom: een som van menselijke relaties die, poëtisch en retorisch opgeblazen, overgezet en opgesmukt werden en die na lang gebruik een volk vast, canoniek en bindend schijnen: de waarheden zijn illusies waarvan men vergeten is dat het illusies zijn, metaforen die opgebruikt en zintuiglijk krachteloos zijn geworden, munten die hun stempelbeeld verloren hebben en die nu als metaal, niet meer als munten beschouwd worden."
(Nietzsche 1873, Over Waarheid en Leugen in Buitenmorele Zinorg: Über Wahrheit und Lüge im außermoralischen Sinne)

woensdag 6 november 2013

Een voortschrijdend vergeten


"De geschiedenis van de metafysiek is niet zonder meer het werk van de mens. Dit te menen is precies één van de vormen van het metafysisch denken. De geschiedenis overkomt de mens (Geschick). Zij is evenmin zonder meer vooruitgang, verrijking, toename van menselijke mogelijkheden of een zogenaamd dichter bij de waarheid komen, maar tegelijkertijd ook een voortschrijdend vergeten (dat precies geen act is van de mens maar hem overkomt), een verloren gaan en ontvallen van mogelijkheden (Enteignis), en een toename van het ongedachte. Het gaat hier om het gebeuren van onthullen en verhullen, dat de mens in vele opzichten overstijgt, dat principieel ongedacht is, en dat de verschillende posities die de mens inneemt toewijst en mogelijk maakt." (IJsseling 1986, Jacques Derrida, pp. 117-8)


"Imagine a box with four compartments with doors that open and close. One of these compartments holds 10,000 molecules of a gas, and the other three compartments contain nothing; they hold a vacuum. What we have then is a gradient or potential gradient blocked by the doors. Upon opening the first door, or constraint, the gas will spread into the next compartment. This part of the system will reach a local equilibrium of roughly 5,000 molecules in each of two boxes, with no perceivable gradient between them. The process repeats as we open the remaining doors until 2,500 molecules or so settle in each of the four boxes. Each time a constraint is removed, that part of the system approaches equilibrium. Once the whole system comes to equilibrium, you cannot determine the order in which the doors between the compartments were opened. From observing the final equilibrium state, it is impossible to determine the order in which compartments were breached. These principles of erasure of the path, or past, as work is produced on the way to equilibrium hold for a broad class of thermodynamic systems, from chemical kinetic reactions to a hot cup of tea reaching the temperature of the room." (Schneider & Sagan 2005, Into the Cool)

dinsdag 5 november 2013

Achterhuis' januskop



"Een van de grote moeilijkheden van het klassieke darwinisme bestond erin te moeten verklaren dat uit de strijd om overleving morele gevoelens voort konden komen. Het was onbegrijpelijk dat individuele organismen - ook al in het dierenrijk - zich soms konden opofferen voor anderen, meestal hun nageslacht. Vanuit de centrale eenheid van het organisme als overlevingsmachine is dit soort altruïstisch gedrag onverklaarbaar. Is het gen echter de eenheid van waaruit evolutionaire verklaringen van gedrag moeten beginnen, dan is in elk geval het verwantschapsaltruïsme goed te begrijpen. Een kind heeft tenslotte de helft van de kostbare genen van een ouder. Op streng wetenschappelijke wijze, met behulp van mathematische modellen en speltheorie, weet het neodarwinisme aldus morele gedragingen af te leiden, die via hypotheses in ethologisch onderzoek getest kunnen worden.
Hierdoor worden morele gedragingen geenszins op een ontluisterende manier gereduceerd tot uitingen van het zelfzuchtige gen. Het gaat om twee niveaus, twee perspectieven, waarbij de wetenschappelijke verklaring de moraal evenmin aantast als de verklaring dat de aarde om de zon draait de schoonheid van een zonsondergang ontluistert." (Achterhuis 2008, Met Alle Geweld, p. 676)

Volgens Hans Achterhuis ondergraaft Dawkins' The Selfish Gene op geen enkele wijze onze rooskleurige alledaagse opvatting over moraal. Wetenschappelijke vondsten tasten het manifeste wereldbeeld niet aan. In het geding zijn twee niveaus die strikt gescheiden dienen te blijven. Om dit te illustreren wijst Achterhuis op het feit dat Copernicus' bevinding onze voorliefde voor zonsondergangen allerminst heeft doen afnemen.

Over de spanning tussen onze dagelijkse beslommering en de wetenschappelijke waarheid schrijft Oudemans dit:
"Het schoolvoorbeeld van deze discrepantie is onze dagelijkse waarneming dat de zon ondergaat door in de zee te zakken. Sinds de Copernicaanse wending van de astronomie staat het vast dat de zon zich niet om de aarde heen beweegt, en er dus geen sprake is van een zonsondergang. Toch lukt het ons niet om de zonsondergang als aardopgang te ervaren. De zon is gebroken, tussen wetenschap en dagelijks leven, maar we merken er niets van." (Oudemans 2000, De Januskop van Wetenschap en Dagelijks Leven, p. 5)


Copernicus' revolutionaire ontdekking heeft dus niet alleen, zoals Achterhuis beweert, onze voorliefde voor zonsondergangen intact gelaten; onze alledaagse blik op het fenomeen is er überhaupt door onaangeroerd gebleven. Hoewel we sinds Copernicus weten dat de zon niet werkelijk onder gaat, blijft hetgeen we zien niettemin getekend door deze 'achterhaalde' semantiek.

Ditzelfde is het geval bij Dawkins. The Selfish Gene reduceert - in tegenstelling tot wat Achterhuis beweert - morele gedragingen weldegelijk op een ontluisterende manier tot uitingen van het zelfzuchtige gen. Juist dat is Dawkins' grote, ontotheologie slopende, verdienste. Dat de traditionele ingesleten zienswijze op moraal hierdoor echter niet opslag van de baan is, valt Dawkins niet aan te rekenen. Een heersende semantiek laat zich, binnen zo'n kort tijdsbestek, nou eenmaal niet afschudden.

zondag 3 november 2013

φύσις



Een voorbeeld van puur intellectuele verwondering zou het volgende kunnen zijn. Iemand legt mij enkele wetten van de erfelijkheid uit en beschrijft hoe de erfelijke aanleg op het nageslacht wordt overgedragen. Nu is aanleg een moeilijk begrip. We zouden kunnen zeggen: wat in aanleg bestaat, bestaat niet of maar op beperkte wijze. Het bestaan van een aanleg is pas te constateren, wanneer die aanleg is verwezenlijkt en dus geen aanleg meer is.

"Natural selection favours some genes rather than others not because of the nature of the genes themselves, but because of their consequences-their phenotypic effects." (Dawkins 2006, The Selfish Gene, p. 235)

Die aanleg bestaat wel: erfelijke aanleg is een boodschap, een bericht, dat in een bepaalde code wordt overgeseind.

"It is these chromosomes that contain in some kind of code-script the entire pattern of the individual's future development and of its functioning in the mature state. Every complete set of chromosomes contains the full code. The term code-script is, of course, too narrow. The
chromosome structures are at the same time instrumental in bringing about the development they foreshadow. They are law-code and executive power - or, to use another simile, they
are architect's plan and builder's craft - in one." (Schrödinger 1944, What is Life?, pp. 21-22)

De wetenschap blijkt in staat te zijn die code te ontcijferen en daarmee een geheim van de natuur in haar macht te krijgen. Maar bij de overbrenging van het bericht kan een storing optreden, die in de informatie-leer ‘ruis’ wordt genoemd. De ruis beïnvloedt het bericht en daarmee de erfelijkheid op een bepaalde wijze, die nog niet te doorgronden schijnt te zijn.

"Deconstructionists will tell you that no two readers of a text will come up with the same reading, and something similar is undoubtedly true when we consider the relationship between a genome and the embryonic environment in which it has its informational effects." (Dennett 1995, Darwin's Dangerous Idea, p. 113)

En dat is al genoeg; dan gebeurt het met mij. Ik word helemaal duizelig en enthousiast van de perspectieven die zich hier openen. Er gaat iets leven dat nog nooit geleefd heeft, een hele provincie van mijn onverschilligheid komt in heftige beroering. Niet alleen verschijnt er plotseling een helder licht boven een vitale kwestie als de erfelijkheid nu blijkt te zijn. Maar er zijn nieuwe sleutelwoorden in mijn denken binnengeworpen: bericht, informatie, ruis. In mijn enthousiasme zie ik nu niet alleen de erfelijkheid in het licht van de informatie, maar alles zonder meer. Alles is informatie.


"Life is just bytes and bytes and bytes of digital information." (Dawkins 1995, River Out of Eden, p. 19)
-
"Tekst, beeld, spraak, communicatie, vriendschap, liefde en haat zij gedigitaliseerde databestanden. Wie daarbuiten zoekt naar iets onberekenbaars, iets geestelijks, iets emotioneels, iets cultureels, die zoekt vergeefs." (Oudemans 2007, Echte Filosofie, p. 16)

Alles wat is, is kenbaar inzoverre het is en mededeelbaar inzoverre het kenbaar is. Informatie is de structuur van het zijnde. Als alles anders is, ligt de boodschap van het hoe-zijn van dat anders-zijn al in de vorm van een te ontcijferen informatie in de dingen opgesloten. Niets is zo enthousiasmerend als de kenbaarheid van de dingen. Al mijn weten en denken wordt in een panische bedrijvigheid onder dit nieuwe gezichtspunt omgezet, omvergewoeld en hierop gericht. Alles verandert en neemt een nieuwe structuur aan; alles moet worden herzien. Maar alles is ook ruis, onvoorspelbaarheid, onkenbaarheid. Dingen zijn samengeklonterde stukjes ruis of, naar de oude theorie van Epicurus en zijn school, atomen die van de rechte lijn in de vrije val zijn afgeweken en tot ondoorzichtige massa's zijn geworden.
   Datzelfde kan gebeuren onder weer andere gezichtspunten, wanneer ik bereid ben mij telkens opnieuw te laten schokken. 


"When you light a candle, the flame flares up but quickly settles into a steady state, burning as long as there is wick an wax. Life is a similar phenomenon - a controlled burning, a pattern of energy flow. Looking at life as a material process, Schrödinger analyzed it both as energy and as information. On the one hand we have words such as chaos, disorder, and entropy. On the other hand we have terms like order, organization, information and complexity. Life is not just a genetic entity. Genes by themselves do nothing more than salt crystals. Life is an open, cycling system organized by the laws of thermodynamics." (Schneider & Sagan 2005, Into the Cool, pp. xi-24)

Elke dag brengt een nieuwe filosofie mee.

(Verhoeven 1967, Inleiding tot de Verwondering, pp. 92-93)*



* De citaten staan niet in de oorspronkelijke tekst. Ik heb ze toegevoegd.

woensdag 30 oktober 2013

The Extended Phemotype



"An animal's behaviour tends to maximize the survival of the genes 'for' that behaviour, whether or not those genes happen to be in the body of the particular animal performing it.
  And how far afield can the phenotype extend? Is there any limit to action at a distance, a sharp cut-off, an inverse square law? The farthest action at a distance I think of is a matter of several miles. Why not hundreds of miles, thousands of miles? The logic of the extended phenotype might seem to favour the idea, but I think in practice it is unlikely." (Dawkins 1982, The Extended Phenotype, p. 233)

Het is volgens Dawkins niet aannemelijk dat de afstand tussen een bepaald fenotypisch kenmerk en de genen die het programmeerden, ooit verder reiken zal dan enkele kilometers. Toch maken wij mensen bijvoorbeeld satellieten. Deze zweven op een hoogte van 36.000 kilometer boven de evenaar. Analoog aan spinnenwebben, vogelnesten en beverdammen, maken deze kunstmanen onmiskenbaar deel uit van ons extended phenotype. Hoe zit dat? Is Dawkins' intuïtie met dit simpele voorbeeld weerlegd?


Misschien niet. Er is bij een satelliet namelijk iets anders aan de hand dan bij een spinnenweb. Een spin bouwt instinctmatig zijn web. De kunst dit te toen ligt genetisch verankerd in zijn DNA. Bij de mens is dat, met betrekking tot de techniek, niet het geval. Geen wolfskind bouwde ooit eigenhandig een satelliet. Om een satelliet te kunnen bouwen is er kennis nodig die niet genetisch maar cultureel overgedragen wordt. Het verschil tussen een spinnenweb en een satelliet is zodoende dat de eerste de resultante is van een genetische aansturing, terwijl de tweede dat veeleer van een memetische is. Voor culturele artefacten à la satellieten reserveert Blackmore om die reden een aparte term: meme-phenotype ofwel phemotype (Blackmore 1999, The Meme Machine, p. 63).

Dat Dawkins' intuïtie uit The Extended Phenotype met een simpel voorbeeld als een satelliet te weerleggen is, is dus niet direct evident. Memen hebben wellicht een grotere fenotypische reikwijdte dan genen. In dat geval biedt deze overdenking mogelijk voer voor een nieuw boek: The Extended Phemotype: The (even) Long(er) Reach of the Meme.

dinsdag 29 oktober 2013

De rapsodie van de verlichting


"AUFKLÄRUNG ist der Ausgang des Menschen aus seiner selbstverschuldeten Unmündigkeit. Unmündigkeit ist das Unvermögen, sich seines Verstandes ohne Leitung eines anderen zu bedienen. Selbstverschuldet ist diese Unmündigkeit, wenn die Ursache derselben nicht am Mangel des Verstandes, sondern der Entschließung und des Mutes liegt, sich seiner ohne Leitung eines andern zu bedienen. Sapere aude! Habe Mut, dich deines eigenen Verstandes zu bedienen! ist also der Wahlspruch der Aufklärung." (Kant 1784, Was ist Aufklärung?)

In 1784 bezegelt Immanuel Kant de verlichting met het credo sapere aude! Het is van het grootste belang dat men zich niets zomaar in de mond laat leggen maar zelf nadenkt. Bevrijd jezelf uit de onmondigheid - waar je zelf schuldig aan bent - en bedien je van je eigen verstand!

Dat er een valse toon klinkt in dit adagium blijkt onmiddellijk. De aansporing komt namelijk niet van Kant zelf maar uit de Epistolae van de Romeinse dichter Horatius. Sapere aude, hetgeen waartoe opgeroepen wordt, blijkt Kant tijdens het pleidooi zodoende zelf al niet op te volgen. De woorden die hij bezigt zijn hem ingefluisterd. Wat moet dat wel niet worden van het klootjesvolk dat hij toespreekt?



Kant verkeert in de illusie dat hij zich van zijn eigen verstand bedient. Feitelijk is er sprake van rapsodie. Horatius spreekt door Kants mond. En niet alleen hij. Ook Plato spreekt een aardig woordje mee. Zo is Kants 'Ausgang des Menschen' overduidelijk een verkapte versie van Plato's befaamde grotbevrijding.




Tussen Plato en Kant tekent zich echter een significant verschil af. In tegenstelling tot Kant, die meent dat de mens zijn onmondigheid aan zichzelf te danken heeft, zitten Plato's grotbewoners tegen wil en dank geketend. Tot de grot ben je veroordeeld, voor onmondigheid verantwoordelijk. Iets analoogs betreft het moment van verlichting. De bevrijding uit de grot geschiedt door geweld van buitenaf. Een willekeurige bewoner wordt getroffen door het lot en naar buiten gesleurd. Kant herkneedt deze gebeurtenis tot een autonome daad. Tot een handeling waar moed voor nodig is. Men moet niet willoos blijven zitten maar zichzelf als een Houdini ontdoen van zijn boeien.

Van het feit dat dit hem zo glad nog niet zitten zal is Kant zelf echter het levende bewijs.