Posts tonen met het label Friedrich Nietzsche. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Friedrich Nietzsche. Alle posts tonen

dinsdag 30 december 2014

Wij hebben geen orgaan voor het kennen


"Het is - men raadt het al - niet de tegenstelling tussen subject en object die mij hier bezighoudt: dit onderscheid laat ik over aan de kennistheoretici, die in de strikken van de grammatica (de metafysica voor het volk) zijn blijven steken. Het is al helemaal niet de tegenstelling tussen het 'ding-op-zichzelf' en verschijning: want wij 'kennen' bij lange na niet genoeg om dit soort onderscheid te mogen maken. Wij hebben helemaal geen orgaan voor het kennen, voor de 'waarheid': wij 'weten' (of geloven of beelden ons in) precies zoveel als in het belang van de mensenkudde, van de soort, nuttig kan zijn: en zelfs wat hier 'nuttigheid' genoemd wordt, is uiteindelijk ook maar een geloof, een inbeelding en misschien juist die allernoodlottigste domheid waaraan wij eens te gronde zullen gaan." (Nietzsche, De Vrolijke Wetenschap, 354)

woensdag 19 november 2014

Weg met de begripsfabel

 "Want, mijne heren filosofen, laten we voortaan beter oppassen voor de gevaarlijke oude begripsfabel, die kwam aanzetten met een 'zuiver, willoos, pijnloos, tijdloos kennissubject', laten we oppassen voor de vangarmen van zulke tegenstrijdige begrippen als 'zuivere rede', 'absolute geest', 'kennis op zichzelf': - hier wordt steeds een denkactiviteit verlangd van een oog dat zelfs niet gedacht kan worden, een oog dat totaal geen richting mag hebben, waarbij de actieve en interpreterende krachten geblokkeerd, afwezig moeten zijn, krachten die het zien hoe dan ook pas tot zien-van-iets maken, hier wordt dus steeds een ongerijmdheid en onzinnigheid van het oog verlangd. Er bestaat alleen maar een perspectivisch zien, alleen maar een perspectivisch 'kennen'; en hoe meer affecten we over een zaak aan het woord laten, hoe meer ogen, verschillende ogen, we voor dezelfde zaak weten te gebruiken, des te vollediger zal ons 'begrip' van deze zaak, onze 'objectiviteit' zijn." (Nietzsche, De Genealogie van de Moraal, pp. 114-115)

maandag 13 oktober 2014

Een filosoof


"Een filosoof: dat is een mens die voortdurend ongewone dingen beleeft, ziet, hoort, vermoedt, hoopt, droomt; die door zijn eigen gedachten wordt getroffen als door iets dat van buiten, van boven en van beneden komt, als door voor hem typische gebeurtenissen en bliksems; die misschien zelf een onweer is dat van nieuwe bliksemschichten zwanger gaat; een noodlottige mens rondom wie het altijd dondert en gromt en scheurt en onguur toegaat. Een filosoof: ach, een wezen dat dikwijls voor zichzelf wegloopt, dikwijls vrees voor zichzelf heeft - maar te nieuwsgierig is om niet altijd weer 'tot zichzelf te komen'..." (Nietzsche, Voorbij goed en kwaad, par. 292)

vrijdag 18 april 2014

Mensen en dingen


"Waarom ziet de mens de dingen niet? Hij staat zelf in de weg: hij dekt de dingen toe." (Nietzsche 1977, Morgenrood, p. 229)

woensdag 26 maart 2014

Zowel God als de mens zijn dood

Nietzsche
"God is dood."

"With Darwin's natural selection at the helm, no one needed to consider what Life did next, or what it had done, or even what it was doing. Consideration was not a consideration. The mindless, ceaseless engine of natural selection would take care of the flight plan - such as it was, beacause, according to Darwin, it was making it all up as it went along, and there was no real purpose to the flight anyway, no confirmed destination. Life was flying just because it could fly. And God, the universe's former pilot, was out of a job." (Hughes 2011, On the Origin of Tepees, p. 104)


Foucault
"De mens [het subject] is dood." 

"If hats and barns and every other artifact of humanity can self-design, if everything we hold dear can come about mindlessly, just as species do in nature, then we could be out of a job: cultural Life could evolve quite happily without any conscious participation on our part." (Ibid.) 

donderdag 23 januari 2014

Een koord boven een afgrond



"De mens is een koord, geknoopt tussen dier en Uebermensch, - een koord boven een afgrond.
Een gevaarlijk over-lopen, een gevaarlijk op-weg-zijn, een gevaarlijk terug-schouwen, een gevaarlijk huiveren en staan blijven.
Het grote in de mens is: dat hij een brug is en geen doel; wat bemind kan worden in de mens, is dat hij een overgang is en een ondergang." (Nietzsche 1993, Aldus sprak Zarathoestra, p. 28)

dinsdag 21 januari 2014

Ingesponnen


 "We are not just a species that uses symbols. The symbolic universe has ensnared us in an inescapable web. Like a 'mind virus,' the symbolic adaptation has infected us, and we now by virtue of the irresistible urge it has instilled in us to turn everything we encounter and everyone we meet into symbols, we have become the means by which it unceremoniously propagates itself throughout the world." (Deacon 1997, The Symbolic Species, p. 436)


"De gewoonten van onze zinnen hebben ons ingesponnen in leugen en bedrog der ervaring: deze op hun beurt zijn de grondslagen van al onze oordelen en 'inzichten' - er is absoluut geen ontkomen aan, er zijn absoluut geen sluip- en vluchtwegen naar de werkelijke wereld!" (Nietzsche 1977, Morgenrood, p. 94)

dinsdag 17 december 2013

Darwin: the Godfather of postmodernism


"Karl Marx was exultant: "Not only is a death blow dealt here for the first time to 'Teleology' in natural sciences but their rational meaning is empiracally explained." Friederich Nietzsche saw an even more cosmic message in Darwin: God is dead. If Nietzsche is the father of existentialism, then perhaps Darwin deserves the title of grandfather." (Dennett 1995, Darwin's Dangerous Idea, p. 62)


"What foundation can we stand on as we struggle to keep our feet in the meme-storm in which we are engulfed? If replicative might does not make right, what is the eternal ideal relative to which 'we' will judge the value of memes? We should note that the memes for normative concepts - for ought and good and truth and beauty - are among the most entrenched denizens of our minds. Among the memes that constitute us, they play a central role. Our existence as us, as what we as thinkers are, is not independent of these memes." (Ibid., p. 366)

woensdag 20 november 2013

Geen ontkomen aan

"Here then I find myself absolutely and necessarily determin'd to live, but and talk, and act like other people in the common affairs of life. But notwithstanding that my natural propensity, and the course of my animal spirits and passions reduce me to this indolent belief in the general maxims of the world, I still feel such remains of my former disposition, that I am ready to throw all my books and papers into the fire, and resolve never more to renounce the pleasures of life for the sake of reasoning and philosophy." (Hume 1740, A Treatise of Human Nature, Part IV, §VII)

"De werkelijke ontdekking is die, welke mij in staat stelt met filosoferen op te houden wanneer ík dat wil. - De ontdekking die de filosofie tot rust brengt, zodat die niet meer wordt afgebeuld met vragen die achter de filosofie zelf een vraagteken plaatsen." (Wittgenstein 1953, Filosofische Onderzoekingen, §133)


"Het doel is niet vragen te beantwoorden, maar te ontkomen, eruit te komen. De beweging voltrekt zich altijd achter de rug van de denker om, of op het moment dat hij met zijn ogen knippert. Ontkomen, of het is al gebeurd, of het zal nooit gebeuren. Vragen zijn over het algemeen gericht op een toekomst (of een verleden). De toekomst van de vrouwen, de toekomst van de revolutie, de toekomst van de filosofie, enz. Maar intussen, terwijl men met deze vragen in een kringetje ronddraait, zijn er wordingen aan de gang die in stilte werken, die nauwelijks waarneembaar zijn. Nooit gebeuren de dingen daar waar je denkt, noch via de wegen die je denkt." (Deleuze 1977, Dialogen)

"Die stillsten Worte sind es, welche den Sturm bringen, Gedanken, die mit Taubenfüssen kommen, lenken die Welt." (Nietzsche 1889, Ecce Homo)

donderdag 7 november 2013

Nietzsches waarheid



"Er was eens, in een afgelegen hoek van het met talloze zonnestelsels flonkerend volgegoten heelal, een hemellichaam waarop slimme dieren het kennen uitvonden. Dat was de hoogmoedigste en leugenachtigste minuut van de 'wereldgeschiedenis': maar toch was het maar een minuut. Na enkele ademtochten van de natuur verstarde het hemellichaam, en de slimme dieren moesten sterven. — Zo’n fabel zou iemand kunnen bedenken en nog zou hij niet afdoende hebben geïllustreerd, hoe jammerlijk, hoe schaduwachtig en vluchtig, hoe doelloos en willekeurig het menselijk intellect eruit ziet in de natuur; er waren eeuwigheden waarin het er niet was; wanneer het ermee voorbij is zal er niets gebeurd zijn. Want er is voor dat intellect geen verdere missie, die boven het mensenleven uitstijgt."
"Wat is dus waarheid? Een beweeglijk leger van metaforen, metoniemen, antropomorfismen, kortom: een som van menselijke relaties die, poëtisch en retorisch opgeblazen, overgezet en opgesmukt werden en die na lang gebruik een volk vast, canoniek en bindend schijnen: de waarheden zijn illusies waarvan men vergeten is dat het illusies zijn, metaforen die opgebruikt en zintuiglijk krachteloos zijn geworden, munten die hun stempelbeeld verloren hebben en die nu als metaal, niet meer als munten beschouwd worden."
(Nietzsche 1873, Over Waarheid en Leugen in Buitenmorele Zinorg: Über Wahrheit und Lüge im außermoralischen Sinne)