vrijdag 11 oktober 2013

The Meme Machine


"We once thought that biological design needed a creator, but we now know that natural selection can do all the designing on its own. Similarly, we once thought that human design required a conscious designer inside us, but we now know that memetic selection can do it on its own. We once thought that design required foresight and a plan, but we now know that natural selection can build creatures that look as though they were built to plan when in fact there was none. If we take memetics seriously there is no room for anyone or anything to jump into the evolutionary process and stop it, direct it, or do anything to it. There is just the evolutionary process of genes and memes playing itself endlessly out - and no one watching."
(Blackmore 1999, The Meme Machine, p. 242)



“Die Sprache spricht, nicht der Mensch. Der Mensch spricht nur, indem er geschicklich der Sprache entspricht.”
(Heidegger 1956, Der Satz vom Grund, p. 161)


donderdag 10 oktober 2013

Uitstel van executie


"Why life? Does life, scientifically viewed, have an overall function? Our answer is yes. A barometric pressure gradient in the atmosphere, the difference between high- and low-pressure masses, leads to a tornado, a complex cycling system. The tornado's function, its purpose, is to eliminate the gradient. Life has a similar natural purpose. Only instead of quickly destroying a pressure gradient and then disappearing, it tends to reduce, over billions of years, the huge solar gradient between hot sun and cold space, growing in complexity as it does so. The growth of complex, intelligent life can be directly traced to the effectiveness of life as a cycling material system adept at reducing gradients. The original and basic function of life, as of the other complex systems that we examine in this book, is to reduce an ambient gradient." (Schneider & Sagan 2005, Into the Cool, p. 8)

dinsdag 8 oktober 2013

Lezen


Donner over Mulisch' Het stenen bruidsbed:
"Vervreemding is het kernwoord. Het komt dan ook éénmaal voor. Is er nu ook een woord dat minder dan een maal voorkomt? Want dat is lezen: het woord te vinden, dat de schrijver nooit zeggen kon."

dinsdag 24 september 2013

Een vreemd gevoel van onvergankelijkheid



 
En toen met eenige variatie herhaalde i zijn oude rêverie over 't water. Van 't water dat maar altijd naar 't Westen stroomde, dat iederen avond naar de zon stroomde. In Nijmegen liep een ouwe dokter rond, die drie-en-vijftig jaarlang 's morgens op 't zelfde uur dezelfde wandeling had gemaakt. Over 't Valkhof en aan de Noordzijde naar beneden en de Waalkade af tot aan de brug. Dat is meer dan 19300 maal. En altijd stroomde 't water naar het Westen. En dat beteekende nog niets. Het heeft zeker honderd maal drie-en-vijftig jaar naar dien kant gestroomd. En langer. Nu ligt de brug er over. Nog maar kort, nog maar wat jaren. En toch heel lang. Ieder jaar is 365 dagen, tien jaar is 3650 zonnen. Iedere dag is 24 uur, en iedere uur gaat er meer door de hoofden van al die tobbende menschen dan je in duizenden boeken zou kunnen opschrijven. Duizenden tobbers die de brug gezien hebben, zijn nu dood. En toch ligt i er nog maar kort. Veel, veel langer stroomde het water daar. En er was een tijd toen dat water er niet stroomde. Die tijd is nog veel langer geweest. Dood zijn de tobbers gegaan bij honderden en honderden millioenen. Wie kent ze nog? En hoeveel zullen er sterven na dezen? Ze tobben maar, tot God ze wegraapt. En je zou denken: God zou ze een lol doen als i ze plotseling te grazen nam. Maar God weet beter dan jij of ik. Tobben willen ze, blijven voorttobben. En onderwijl gaat de zon op en onder, de rivier stroomt daar naar 't Westen en blijft stroomen tot daar ook een eind aan komt.

- Nescio, 1909-1910

zondag 22 september 2013

De ortolaan



De volgende morgen hield Richard Dawkins een lezing waarin hij ons voorhield dat wij de evolutie van organismen dienden te begrijpen als de evolutie van zelfzuchtige genen. Wij, en alle andere dieren en planten waren slechts het omhulsel voor genen die zich reproduceren wilden. Wij waren de blikken auto's, de genen waren de chauffeurs.

Terwijl ik naar hem luisterde, besefte ik dat dit verhaal kon worden beschouwd als een consequent, onverbiddelijk logisch doordachte slotsom van de evolutietheorie. Het verbaasde mij dat ik het me zo aantrok, dat ik mij er met hart en ziel tegen te weer stelde, hoewel dat op zuiver (bio-)logische gronden niet goed kon. Het verwonderde mij dat ik, daar op het balkon, en neerkijkend op de met gloedvolle overtuiging pratende Dawkins, maar steeds moest denken aan wat Dokter Glas had geschreven: 'Ik was vierkant tegen het Darwinisme: ik had het gevoel dat dat alles zinloos maakte, dom, ordinair. Het mag onder geen voorwaarde waar zijn; als het waar is wil ik er niet langer bij zijn; in zo'n wereld heb ik niets te maken.' En terwijl hij maar verder praatte, vielen mij ook de woorden van Kierkegaard weer in: 'Indien er ten grondslag aan alles slechts een wild gistende macht lag die, terwijl ze zich in de duistere hartstochten wentelde, alles voortbracht, zowel het grote, als het onbeduidende, wat was het leven dan leeg en troosteloos.'

Ja, dacht ik, en daar staat nu iemand die haarfijn uitlegt dat die wild gistende macht van Kierkegaard niets anders is dan het zelfzuchtige gen dat alles heeft voortgebracht, zowel het grote als het onbeduidende, maar hij laat K.'s vertwijfeling geheel buiten beschouwing, hij doet net alsof hij een vrolijke boodschap brengt, een waarheid die inspireert.

[...] je verlangt blijkbaar toch steeds naar iets inspirerends, naar iets dat hoop geeft, dat alles betekenis verleent, of in ieder geval alles minder banaal maakt, maar dit... dit maakt alles pas goed zinloos en uitzichtloos. Daar heb je dan zes jaar biologie voor gestudeerd en twaalf jaar onderzoek voor gedaan - om te horen dat we alleen maar een toevallig bijprodukt zijn van zelfzuchtige genen. Is dat een waarheid die inspireert, een idee waarvoor men leven en sterven wil?

- Maarten 't Hart, 1984


dinsdag 6 augustus 2013

Memetics


“Memes are clusters of ideas and beliefs, which are supposed to compete with one another in much the same way that genes do. In the life of the mind, as in biological evolution, there is a kind of natural selection of memes, whereby the fittest memes survive. Unfortunately, memes are not genes. There is no mechanism of selection in the history of ideas akin to that of the natural selection of genetic mutations in evolution.”

(John Gray 2002, Straw Dogs, p. 26)



“The prospects for elaborating a rigorous science of memetics are doubtful, but the concept provides a valuable perspective from which to investigate the complex relationship between cultural and genetic heritage.”

(Daniel Dennett 1995, Darwin’s Dangerous Idea, p. 369)



“Memes have not yet found their Watson and Crick; they even lack their Mendel.”

(Richard Dawkins in Susan Blackmore 1999, The Meme Machine, p. xii)






Dr. Watson, I presume?

“There certainly are memes to be found that form parallels with the genes – memes that are at least 5000 years old, have continuously been replicating, have essentially stayed identical, while transforming according to strict laws. I indicate on Proto-Indo-European roots that all contemporary Indo-European languages have in common with languages like the ancient Indian, Iranian, Hittite, etc.

An example I do not randomly choose. When Dutch people are new in a certain region [regio] and ask for the right direction [richting] in order to receive [uitgereikt krijgen] rules [regels] and directives [directieven] to the straight [rechte] way to the government building [regeringsgebouw], they are being moved by the Proto-Indo-European meme *reg- that has been governing the language of the majority of the world’s population for thousands of years. This root underlies the word richting, but also recht. The word recht that according to Benveniste refers to the act of drawing a vertical line, shows a kinship to words like regel, regio regeren, rex.

The Latin word rex finds in Asia its pedant in the Indian word radjah. It is also related to the Greek oregô, which means stretching [rekken] and straightening [strekken]. Therewith the vertical gets a three-dimensional spaciousness. From here you can see that words like reaching [reiken], stretching [rekken], series / range [reeks], ridge [richel], calculation [rekenen] and correctness [correctheid] have all sprung from this single meme.

The meme *reg- has not only managed to multiply. It has nestled itself, as the organizer of an extended phenotype, into the organization of planet earth and set it to its hand. It forms the basis of language as a means of transport. Notice the title of a work that has been decisive for the way the world looks today. We think that Descartes is the author of the Regulae ad directionem ingenii. But the work has been written by *reg-: it hides both in the words regula and directio. This work refers to the idea that man thinks he can become king (rex) by accepting the rules that guide his innate understanding. This guidance is directed to the methodological straightening of reality with an eye to the possibility of calculation. Calculation gives life direction and provides the regulated organization of reality.
But: man is not the king of this, but the slave.” *

(Th. C. W. Oudemans 2002, Eigen taal eerst, pp. 7-8)


* Translated by Roel van Uden. The original Dutch text can be found here: 
http://www.oudemans.net/oudemans/eigentaal.pdf

maandag 5 augustus 2013

De geschiedenis bezien vanuit het gen


Eerst dit:

"We look at life and begin by seeing a collection of interacting individual organisms. We know that they contain smaller units, and we know that they are, in turn, parts of larger composite units, but we fix our gaze on the whole organisms. Then suddenly the image flips. The individual bodies are still there; they have not moved, but they seem to have gone transparent. We see through them to the replicating fragments of DNA within, and we see the wider world as an arena in which these genetic fragments play out their tournaments of manipulative skill. Genes manipulate the world and shape it to assist their replication. [...] Fundamentally, what is going on is that replicating molecules ensure their survival by means of phenotypic effects on the world." (Richard Dawkins 1982, The Extended Phenotype, pp. 4-5)
 
En dan dit:


woensdag 17 juli 2013

So You Think?!




Het grote gebeuren III *

* Voor deze titel werd in het verleden al twee keer eerder gekozen. Door Belcampo in 1946 en door Cornelis Verhoeven in 1966. Vandaar. Driemaal is scheepsrecht.
-

‘Hoe doe je het goed?!’ Alleen al bij de gedachte aan de antwoorden die waarschijnlijk op deze vraag binnen zullen stromen moet ik huilen. Alsjeblieft. Bespaar me je speculatieve gewauwel over deugd, plicht, geluk of wat dan ook. We leven in de 21e eeuw. Wel een beetje bijblijven hè?

‘Hoe doe je het goed?!’ Een filosoof beantwoordt geen vragen. Sorry. Wie door een ander voorgeschreven wil worden hoe hij leven moet gaat maar naar de kerk. Doei.

Wat doet een filosoof wel? In dit geval: kijken naar de vraagstelling om te zien of ie deugt. ‘Hoe doe je het goed?!’ Is dat een zinvolle vraag? Dat valt te bezien. Zijn er vooronderstellingen die impliciet besloten liggen in de vraagstelling? Jazeker. Minstens drie zowaar. Ten eerste: er bestaat zoiets als een ‘je’. Ten tweede: deze ‘je’ heeft de macht iets te doen. En ten derde: hetgeen ‘je’ doet kan goed zijn. Om uit te kunnen maken of ‘Hoe doe je het goed?!’ überhaupt een zinvolle vraag is, zal eerst onderzocht moeten worden of de drie aannames waarop de vraag rust, anno 2013, gegrond zijn. Laten we dat eens doen.

Ten tijde van Descartes werd de natuur beschouwd als een groot mechanisch uurwerk. De menselijke ziel was daar geen onderdeel van. Die was zelfstandig, rationeel, vrij en door een Godheid geschapen. Door toedoen van Darwin ging dit wereldbeeld overstag. In 1859 liet hij ons zien dat de mens niet door een aparte scheppingsdaad ter wereld gekomen is. Darwin incorporeerde het leven in de mechanica van de natuur. De mens staat vanaf dat moment niet langer buiten de natuur maar is er met heel zijn hebben en houwen een onderdeel van.

Heeft het in onze epoche, getekend door woorden van darwinistische snit, nog zin om te spreken van ‘je’, ‘doen’ en ‘goed’? Darwin heeft duidelijk gemaakt dat de mens niet eerst een zelfstandig ding is dat vervolgens een relatie aangaat met zijn omgeving. Hij is de voortgaande geschiedenis van het één ten overstaan van het ander. Descartes zodoende, had het mis. In ons doen noch ons denken zijn we autonoom. Wanneer ‘ik’ iets meen te kunnen doen, dan is dat slechts schijn. ‘Ik’ ben geen subject. Het is veeleer zo dat de natuur ‘via mij’ iets bewerkstelligt.

De consequenties van Darwins inzicht zijn niet mals. Met de implosie van het traditionele onderscheid tussen ‘mens’ en ‘natuur’ verdwijnt eveneens de tegenstelling tussen ‘doen’ en ‘gebeuren’. De natuur is een groot gebeuren. Een dynamische stroom van bloei en verval. Het is echter hybris te denken dat ‘wij’ door ‘ons toedoen’ deze gang van zaken ook maar enigszins naar onze hand zouden kunnen zetten. Het proces gaat haar eigen weg en wij drijven er machteloos in mee.

De vraag ‘Hoe doe je het goed?!’ blijkt een farce. Elke poging er iets mee aan te vangen is tevergeefs. De woorden die de vraag uitmaken hebben hun zeggingskracht verloren.