"Honderdvijftig jaar na de verschijning van The Origin of Species staat de theorie nog als een huis. Al wat er sindsdien aan kennis is bij gekomen, primair natuurlijk vanuit de hoek van de genetica en de biomathematica (Fisher), maar ook vanuit alle andere deeldisciplines van de biologie, heeft de theorie alleen maar geschraagd, verstevigd, verder onderbouwd, aangevuld, verrijkt, verdiept. Er is eenvoudig geen enkele alternatieve theorie die ook maar bij benadering een vergelijkbaar imponerende en sluitende verklaring levert voor het ontstaan der soorten. Creationisme is geen wetenschap, en Intelligent Design is een lachertje. Als je in Intelligent Design gelooft, verklaar dan maar eens waarom zo'n uitzonderlijk fraai ontwerp als het inktvissenoog bij de vertebraten vervangen is voor een veel knulliger, (bij mensen) vaak bij- of verziend gezichtszintuig.
Wat niet wegneemt dat ik, als ik van die echt dogmatische evolutionisten lees als Ernst Mayr of Richard Dawkins, toch geërgerd raak. Het is dan alsof je weer met de ‘onwrikbare zekerheid des geloofs’ wordt geconfronteerd van de dominees en ouderlingen uit je jeugd. Waar nog bij komt dat ik in 1971 bij het Ethologencongres in Edinburgh 's morgens aan het ontbijt tegenover het echtpaar Dawkins kwam te zitten en door Richard zo uitzonderlijk hautain werd bejegend dat ik toen een huizenhoge afkeer van deze collega heb opgedaan. En die is nog groter geworden toen ik vernam dat zijn buitengewoon aardige vrouw Ann, die het bij dat breakfast voor mij opnam, door Richard aan de kant is geschoven voor een jonger & mooier exemplaar van het vrouwelijk geslacht. Maar ja, wat een onzin om je door zulke toevallige gebeurtenissen te laten beïnvloeden in je oordeel over een vakgenoot. Mij bevalt de toon van zijn boeken echter volstrekt niet. Hij is veel te zeker van zijn zaak." (Maarten 't Hart)
Posts tonen met het label Maarten 't Hart. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Maarten 't Hart. Alle posts tonen
zaterdag 19 april 2014
't Hart over Dawkins
zondag 22 september 2013
De ortolaan
De volgende morgen hield Richard Dawkins een lezing waarin hij ons voorhield dat wij de evolutie van organismen dienden te begrijpen als de evolutie van zelfzuchtige genen. Wij, en alle andere dieren en planten waren slechts het omhulsel voor genen die zich reproduceren wilden. Wij waren de blikken auto's, de genen waren de chauffeurs.
Terwijl ik naar hem luisterde, besefte ik dat dit verhaal kon worden beschouwd als een consequent, onverbiddelijk logisch doordachte slotsom van de evolutietheorie. Het verbaasde mij dat ik het me zo aantrok, dat ik mij er met hart en ziel tegen te weer stelde, hoewel dat op zuiver (bio-)logische gronden niet goed kon. Het verwonderde mij dat ik, daar op het balkon, en neerkijkend op de met gloedvolle overtuiging pratende Dawkins, maar steeds moest denken aan wat Dokter Glas had geschreven: 'Ik was vierkant tegen het Darwinisme: ik had het gevoel dat dat alles zinloos maakte, dom, ordinair. Het mag onder geen voorwaarde waar zijn; als het waar is wil ik er niet langer bij zijn; in zo'n wereld heb ik niets te maken.' En terwijl hij maar verder praatte, vielen mij ook de woorden van Kierkegaard weer in: 'Indien er ten grondslag aan alles slechts een wild gistende macht lag die, terwijl ze zich in de duistere hartstochten wentelde, alles voortbracht, zowel het grote, als het onbeduidende, wat was het leven dan leeg en troosteloos.'
Ja, dacht ik, en daar staat nu iemand die haarfijn uitlegt dat die wild gistende macht van Kierkegaard niets anders is dan het zelfzuchtige gen dat alles heeft voortgebracht, zowel het grote als het onbeduidende, maar hij laat K.'s vertwijfeling geheel buiten beschouwing, hij doet net alsof hij een vrolijke boodschap brengt, een waarheid die inspireert.
[...] je verlangt blijkbaar toch steeds naar iets inspirerends, naar iets dat hoop geeft, dat alles betekenis verleent, of in ieder geval alles minder banaal maakt, maar dit... dit maakt alles pas goed zinloos en uitzichtloos. Daar heb je dan zes jaar biologie voor gestudeerd en twaalf jaar onderzoek voor gedaan - om te horen dat we alleen maar een toevallig bijprodukt zijn van zelfzuchtige genen. Is dat een waarheid die inspireert, een idee waarvoor men leven en sterven wil?
- Maarten 't Hart, 1984
Abonneren op:
Posts (Atom)

