dinsdag 22 oktober 2013

Het spel der memen

die Spiele bilden eine Familie

- Wittgenstein


"In merkwaardige tegenstelling tot het Grieksch met zijn gevarieerde en heterogene expressie voor de spelfunctie staat nu het Latijn met eigenlijk slechts één woord, dat het gansche gebied van spel en spelen uitdrukt; ludus, ludere waarvan lusus slechts een afleiding is. Daarnaast staat iocus, iocari, doch met de specifieke beteekenis van scherts, grap.

Het is opmerkelijk, dat ludus, ludere als algemeen woord voor spel, spelen in de Romaansche talen niet alleen niet overgaat, maar dat het daarin, voorzoover ik zie, zelfs nauwelijks eenig spoor achterlaat. In alle Romaansche talen, dus blijkbaar reeds in vroege periode, heeft het specifieke iocus, iocari zijn beteekenis tot die van spel, spelen verwijd, en ludus, ludere geheel en al verdrongen. De vormen zijn: Fransch jeu, jouer, Italiaansch giuoco, giocare, Spaansch juego, jugar, Portugeesch jogo, jogar, Roemeensch joc, juca. Of het verdwijnen van ludus aan phonetische of aan semantische oorzaken te wijten is geweest, blijve hier in het midden." (Huizinga 1938, Homo Ludens, p. 37)


maandag 21 oktober 2013

On the Origin of Tepees



"Like Darwin, I ventured abroad, into the cultural wilderness of America, to search out first-hand evidence that ideas are subject to natural selection. As I crossed the prairies, I classified the changing moustaches of farmers, plotted the evolution of the cowboy hat, dated American barns, and charted a taxonomy of tepees. In doing so, I found the evidence I needed to suggest that ideas do evolve just like the finches and tortoises that Darwin discovered in the Galapagos.

What's more, I found that viewing our world through 'meme goggles' is like suddenly spotting that vase in the optical illusion with the two faces. Your focus shifts from the human beings to the things in between – the countless living ideas that skip through our seven billion brains, each one competing for space in our cerebrums and the chance to procreate through our tongue and wrist movements. The mêlée of a new form of life is revealed. It's quite a view!" (Jonnie Hughes)


Filosofie: hetzelfde anders leren zien. (Cornelis Verhoeven)

zaterdag 19 oktober 2013

πάντα ῥεῖ



"Socrates: Wat mij betreft, is het goed om de nakomelingen van een leeuw 'leeuw' te noemen, en de nakomelingen van een paard 'paard'. Dan laat ik monstruositeiten buiten beschouwing, dat er uit een paard iets anders dan een paard voort zou komen. Ik bedoel de natuurlijke nakomelingen van een soort. Als een paard tegen de natuur in de natuurlijke nakomeling van een koe krijgt, dan moet het diertje geen 'veulen' maar 'kalf' heten. En wanneer een mens een nakomeling krijgt die geen mens is, dan mag je volgens mij niet van 'mens' spreken. Voor bomen en al het andere geldt dit ook." (Plato, Cratylus, 393B)

Het begrip variatie betreft de vele kleine verschillen die er tussen de individuele planten en dieren van alle soorten bestaan. In de predarwiniaanse biologie werd variatie beschouwd als een bijkomstigheid en soms ook als een degeneratie van het ideale type of van het oorspronkelijk geschapen perfecte exemplaar. Systematici, bijvoorbeeld, ervoeren variatie als een storende factor bij hun classificatiewerkzaamheden. Darwins opvatting over variatie staat lijnrecht tegenover die van de traditionele (typologische) biologie. In zijn visie, en die van de moderne biologie, is variatie van groot belang als het aangrijpingspunt voor natuurlijke selectie.

"An important property of any copying process: it is not perfect. Mistakes will happen. It is ultimately these mistakes that make evolution possible." (Dawkins 1976, The Selfish Gene, pp. 16-17)


Dat de implicaties van een bevinding als die van Darwin beslist niet mals zouden zijn wist Socrates al:

"Socrates: Kunnen we aan iets wat steeds wegglipt een juiste naam geven, en eerst zeggen dat het zus is en later dat het zo is? Of wordt het terwijl we erover praten onvermijdelijk iets anders, dat wegglipt en niet langer aan de naam beantwoordt?

Cratylus: Dat moet wel.

Socrates: Hoe kan dan iets wat nooit eender is bestaan? Als het namelijk ooit eender blijft, verandert het in die periode natuurlijk helemaal niet. En als iets altijd eender is en hetzelfde blijft, hoe kan het dan veranderen of bewegen, terwijl het in geen enkel opzicht van de eigen grondgedachte afwijkt?

Cratylus: Dat kan helemaal niet.

Socrates: Het kan zelfs onmogelijk door iemand worden gekend. Want zodra je zou naderen om het te kennen, zou het veranderen en iets anders worden, zodat je het wat en hoe ervan niet meer kon kennen. Er bestaat toch helemaal geen kennis die iets bestrijkt dat op geen enkele manier bestaat?

Cratylus: Het klopt wat je zegt.

Socrates: Je kunt vermoedelijk zelfs zeggen dat er helemaal geen kennis is, Cratylus, als alle dingen veranderen en niets op z'n plaats blijft. Als namelijk dit ding zelf, kennis, niet in iets anders dan kennis verandert, zal de kennis altijd blijven en zal er kennis zijn. Maar als de eigenste grondgedachte van kennis verandert, verandert die in een andere grondgedachte dan kennis en zal er meteen geen kennis meer zijn. Als de verandering nooit ophoudt, zal er nooit kennis zijn, en zo geredeneerd bestaat er niets dat kent en niets dat wordt gekend."
(Plato, Cratylus, 439D)

vrijdag 18 oktober 2013

Waarheid en natuurlijke selectie

"We are designed by natural selection to be truth-seeking creatures." (Blackmore 1999, The Meme Machine, p. 202)


"Hoe kan zoeken naar waarheid ontstaan in een economisch gestuurde wereld? Als tekenen gebruikt worden, dan toch om anderen te manipuleren via drogering, bedrog, bluf, humbug en schijn.
Zuivere waarheid - het verlangen daarnaar kan de strijd om het bestaan niet overleefd hebben." (Oudemans 2012, In natura, p. 60)

donderdag 17 oktober 2013

Dolend door illusies



“Het is niet bewezen, dat wie alle illusies wegneemt, een zuivere waarheid overhoudt; het kan ook zijn, dat hij niets overhoudt.” (Verhoeven 1966, Rondom de leegte, p. 164)

woensdag 16 oktober 2013

Identiteit en differentie


"De rups die wordt uitgewoond door de larven van de parasitiare braconide wesp. De rups wordt niet alleen van binnenuit verteerd, hij wordt ook gedrogeerd: hij wordt gedwongen om zijn tegenstanders, de larven, te beschermen tegen aanvallers.

De rups is de ideale kantiaan: tegen zijn neigingen in volgt hij zijn van boven ingegeven plicht tot altruïsme ten opzichte van de braconide wespen. Een ethicus avant la lettre.

Wat er echt gebeurt is nog eigenaardiger. Het is niet zo dat de wesp parasiteert op de rups. Dat is substantivistisch gezichtsbedrog. Wespen en rupsen zijn geen zelfstandige wezens, maar voertuigen voor vermenigvuldigers. Vanuit het gezichtspunt van het gen: een vermenigvuldiger bezet twee vehikels tegelijkertijd. Via de wesp brengt het genetisch materiaal zichzelf in in de rups, om die te drogeren. De wesp en de rups worden beide gemanipuleerd door een en hetzelfde virus. Afscheid van de scheiding van identiteit en differentie." (Oudemans 2012, In natura, p. 59)

dinsdag 15 oktober 2013

Marx' overschatting



De filosofen hebben de wereld slechts verschillend geïnterpreteerd; het komt er op aan haar te veranderen.
- K. Marx

Filosofen hebben de wereld willen interpreteren en veranderen, maar het probleem is, dat zij van de wereld afhankelijk zijn, en toch moeten geloven haar te kunnen interpreteren en veranderen.
- Th. C. W. Oudemans

maandag 14 oktober 2013

Fixing Dawkins



Richard Dawkins besluit zijn revolutionaire boek The Selfish Gene met de tenenkrommende zin:
"We are built as gene machines and cultured as meme machines, but we have the power to turn against our creators. We, alone on earth, can rebel aginst the tyranny of the selfish replicators." (Dawkins 1976, The Selfish Gene, p. 201)

Deze 'cartesiaanse' stuiptrekking is, darwinistisch gezien, een gruwel. De bewering dat er 'iets' in de mens huist dat in staat is het evolutionaire proces te transcenderen werpt ons linea recta terug in een pre-darwinistisch tijdperk.

Daniel Dennett deelt Dawkins om deze reden een corrigerende tik uit:
"It cannot be 'memes versus us,' because earlier infestations of memes have already played a major role in determining who or what we are. The 'independent' mind struggling to protect itself from alien and dangerous memes is a myth." (Dennett 1995, Darwin's Dangerous Idea, p. 365)

Een rechtlijnige darwinist stelt: er is geen 'wij' in tegenstelling tot de replicatoren die ons aansturen, maar 'wij' zijn slagvelden van elkaar bestrijdende replicatoren. Het bewuste autonome zelf; de auctor intellectualis als kapitein op het schip, is een illusie.

Susan Blackmore schrijft zodoende:
"To live honestly, I must just get out of the way and allow decisions to make themselves." (Blackmore 1999, The Meme Machine, p. 244)

Hoewel er niemand thuis is, niemand die in staat is te kiezen, staan 'we' volgens Sue niettemin voor een tweespalt:
"We can carry on our lives as most people do, under the illusion that there is a persistent conscious self inside who is in charge, who is responsible for my actions and who makes me me. Or we can live as human beings, body, brain, and memes, living out our lives as a complex interplay of replicators and environment, in the knowledge that that is all there is. Then we are no longer victims of the selfish selfplex. In this sense we can be truly free - not because we can rebel against the tyranny of the selfish replicators but because we know that there is no one to rebel." (Ibid., p. 246)

Of dit laatste daadwerkelijk mogelijk is valt echter te betwijfelen:
"Zo nemen we in de mens een voortdurend heen en weer gaan waar tussen de menselijk noodzakelijke hybris in de aanspraak, de geschiedenis te overstijgen, en besef van geringheid, dat de mens terugwerpt op zijn eindigheid en historiciteit, maar dat zelf tot hybris verwordt, zodra de mens meent, zich in zijn historiciteit te kunnen schikken: de mens is zo eindig, dat hij zijn eindigheid niet op zich kan nemen." (Oudemans 1980, De Verdeelde Mens, p. 149)

zondag 13 oktober 2013

Frans de Waal "leest" Richard Dawkins



Frans de Waal bespreekt op pagina 27 en 28 van zijn boek De Aap in Ons (2005) Richard Dawkins' The Selfish Gene (1976):

"In dezelfde tijd dat Ronald Reagan en Margaret Thatcher preekten dat hebzucht goed was voor de samenleving, de economie en zeker voor diegenen die een reden hadden om hebzuchtige te zijn, publiceren biologen boeken die deze denkbeelden bevestigden. The Selfish Gene van Richard Dawkins heeft ons geleerd dat, aangezien de evolutie diegenen helpt die zichzelf helpen, zelfzuchtigheid eerder beschouwd zou moeten worden als een motor van verandering dan als een tekortkoming die ons naar beneden haalt.
   Wij mogen dan nare apen zijn, maar het is zinnig dat we dat zijn, en dat komt de wereld alleen maar ten goede. Een piepklein probleem - waarop door pietlutten tevergeefs is gewezen - was de misleidende taal van dit soort boeken. Genen die succesvolle eigenschappen opleveren verspreiden zich onder de populatie, en helpen aldus zichzelf vooruit. Maar dat 'zelfzuchtig' noemen is niet meer dan een metafoor. Een sneeuwbal die van een heuvel rolt en steeds meer sneeuw vergaart helpt zichzelf ook vooruit, maar doorgaans noemen wij sneeuwballen niet zelfzuchtig.
   In het extreme doorgevoerd leidt het alles-is-zelf-zuchtigheid-standpunt tot een nachtmerrieachtige wereld. Deze auteurs hebben een zeer goede neus voor schokeffecten en slepen ons mee naar een hobbesiaans strijdperk waarin iedereen voor zich vecht en mensen alleen blijk geven van grootmoedigheid om anderen te bedotten. Liefde is ongehoord, sympathie ontbreekt en goedheid is slechts een illusie.
   We mogen blij zijn dat dit duistere, onaangename oord louter fantasie is en heel iets anders dan de daadwerkelijke wereld waarin wij lachen, huilen, de liefde bedrijven en met baby's dwepen." 

Lezen is een kunst. Dat blijkt. Dit zegt Dawkins zelf over The Selfish Gene op pagina viii van de introduction to the 30th anniversary edition:
"The best way to explain the title is by locating the emphasis. Emphasize 'selfish' and you will think the book is about selfishness, whereas, if anything, it devotes more attention to altruism. The correct word of the title to stress is 'gene' and let me explain why. A central debate within Darwinism concers the unit that is actually selected: what kind of entity is it that survives, or does not survive, as a consequence of natural selection. That unit will become, more or less by definition, 'selfish'. Altruism might well be favoured at other levels. Does natural selection choose between species? If so, we might expect individual organisms to behave altruistically 'for the good of the species'. They might limit their birth rates to avoid overpopulation, or restrain their hunting behaviour to conserve the species' future stocks of prey. It was such widely disseminated misunderstandings of Darwinism that originally provoked me to write the book.
   Or does natural selection, as I urge instead here, choose between genes? In this case, we should not be surprised to find individual organisms behaving altruistically 'for the good of the genes', for example by feeding and protecting kin who are likely to share copies of the same genes. Such kin altruism is only one way in which gene selfishness can translate itself into individual altruism. This book explains how it works, together with reciprocation, Darwinian theory's other main generator of altruism."